WORLDCOOK'S REIZEN - FRANKRIJK
Recepten uit Frankrijk     Reizen naar andere landen

In de zomer van 2005 deden we een Tour de France. Niet op de fiets, want daar zijn Teb en ik natuurlijk te lui voor. Een half uurtje fietsen is leuk, als het maar heuvelafwaarts is, maar daarna is het wel weer klaar. Bovendien was Anna nog heel klein, dus dat werkt ook niet echt goed in zo'n zitje.
We wilden toch iets speciaals doen (hoewel we dat nu elk jaar doen, dus zo speciaal is het nu ook weer niet): met de Bristol rijden. Teb noemt het zijn "rubber-nek-auto" omdat mensen onderweg altijd hun hoofd 180 graden draaien om (meestal zonder succes) uit te vinden, wat dat nu eigenlijk voor merk auto is. Ik krijg daar de kriebels van, bang als ik ben dat ze intussen ergens op zullen knallen, en dat het dan onze schuld is. Tot nu toe is dat gelukkig niet gebeurd, de auto heeft blijkbaar een beschermengeltje.
De route staat getekend op de kaart rechts. Aangezien de auto 56 jaar oud is, rijdt hij niet zo erg hard; stel je voor dat iemand in die jaren 130 kilometer per uur zou hebben gereden! Maar hij haalt de 100 gemakkelijk. Toch bleven we weg van de snelweg, en genoten zoveel mogelijk van het Franse landschap.
We namen meestal die wegen, die geel zijn op de kaart, en soms een enkele witte. We kwamen niet veel mensen tegen; de meeste mensen gaan tegenwoordig meer rechtstreeks op hun bestemming af. Voor ons was de reis zelf de vakantie en we hadden dan ook geen haast. Zo vonden we de mooiste picknickplekjes, om onze foie gras en champagne naar binnen te kunnen werken (56 jaar geleden was het nog geoorloofd om een beetje te drinken tijdens het rijden). Soms stonk de auto naar oude camembert, die tijdens de rit de juiste consumptietemperatuur bereikte.
Alhoewel de Bristol een open auto is, reden we het grootste deel van de weg met het dak dicht. Anna zat voortdurend te springen en aangezien een 56 jaar oude auto geen veiligheidsgordels heeft, waren we bang dat ze eruit zou springen. Binnen enkele dagen kon ze al een old-timer (Blistoll!!!) onderscheiden van een gewone auto, hetgeen haar vader heel trots maakte.
We startten bij Maastricht en reden naar Dijon. Helaas was er een groot stuk van de weg opgebroken en kregen we nog een vette boete op de koop toe omdat we een witte lijn hadden overschreden (waarschijnlijk als gevolg van het feit dat het stuur aan de verkeerde kant zit) van de "reuze vriendelijke"  Part of a cathedral in DijonFranse politie. Mochten we gedacht hebben dat het zou helpen dat we Frans spraken, het tegendeel was waar. We hadden met vrienden in Dijon afgesproken, maar omdat we met de politiemannen naar een geldautomaat moesten, die heel ver weg bleek, en de omleiding ons ook al twee uur had gekost, kwamen we zo laat, dat we in ons eigen hotel hebben moeten eten.
We beleven een nacht en genoten van een café au lait, een croissant en heerlijke patisserie en een ochtendwandeling in de stad. Dijon is de hoofdstad van de departement Cote-d'Or in de Bourgogne. Het is een leuke oude stad, teruggaand tot de Romeinse tijd toen het nog Castrum Divionense heette. De stad heeft een aantal kathedralen en pleinen waar de sfeer van weleer hangt. Crème the cassis komt er vandaan en mosterd waarvan de tranen in je ogen springen.
Daarvandaan reden we naar het zuiden en passeerden het Millau viaduct, op dat moment de hoogste in de wereld. Twee jaar lang zagen we de pilaren gebouwd worden, en dit jaar konden we het viaduct eindelijk gebruiken, hetgeen ons een hoop tijd bespaarde en een prachtig uitzicht bood. Als je kijkt hoeveel investering de brug gekost heeft, kun je het rustig een "golden gate bridge" noemen. Het viaduct werd gebouwd door architect Sir Norman Foster, blijkbaar een heel beroemde man. Het viaduct gaat door de rivier de Tarn en heeft pilaren tussen de 75 en 235 meter hoog. Het hoogste punt is 341 meter, waarmee het hoger is dan de Eiffeltoren en bijna net zo hoog als de Empire State Building.
 
Peace and quiet in St Jean les CatsWe reden verder door velden en kleine dorpjes tot we
"St Pierre les Cats" bereikten, waar vrienden een huis hebbem. Kijk maar niet op de kaart, het staat er vast niet op. Het dorp bestaat uit 4 huizen, een kerk, een kerkhof en een paar koeien. We reden er bijna voorbij.
We bleven er twee dagen; geen culturele dingen, alleen natuur en rust, eten en drinken. Vandaar reden we weer naar het noorden door de stad Albi.

Albi is de hoofdstad van de departement Tarn en de rivier de Tarn, dezelfde die onder het viaduct van Millau doorloopt, gaat dwars door de stad. De Romeinen waren blijbaar dol op Frankrijk, wie weet vanwege de lekkere wijn, die ze vervolgens mee naar huis namen, zodat wij nu Italiaanse wijnen kunnen drinken. Heel mooi in Albi zijn de Saint Cecile Basilica en de Pont Vieux.
De stad was in de Romeinse tijd bekend als Albiga. De brug is 1000 jaar oud en wordt nog steeds gebruikt. Henri de Toulouse Lautrec werd in deze stad geboren.

Na Albi gingen we naar Montauban, de hoofdstad van het departement Tarn-et-Garonne. Dit is midden in een toeristisch gebied en het was de enige plek waar we in de file hebben gestaan. Montauban werd gesticht in de twaalfde eeuw. In de veertiende eeuw werd het verwoest door de Albigensen uit Albi. Daarna waren de Engelsen een tijdje de baas, kwamen er weer Fransen, en vervolgens werd het in de zestiende eeuw nog eens een Hugenoten republiek.
Wij konden niet zo lang blijven want we waren op weg naar "Le tour du parc" aan de kust van Bretagne. Daar hebben we de heerlijkste verse mosselen en oesters ooit gegeten.
Het weer was helaas waardeloos dus we gingen weliswaar naar het strand maar we hielden onze jassen aan en deden niets dan wandelen. We maakten een rit met onze gastheer, die een Bentley heeft, en samen trokken we meer aandacht dan ooit.
Daarna reden we naar Belleme. Wat het meest opviel hier was de enorme golfbaan, maar Teb had geen clubs bij zich dus daar had hij niet veel aan. Het is een leuk, oud, middelgroot stadje. We maakten een ochtendwandeling en gluurden in de etalages bij makelaars. Zoals gewoonlijk keken we alleeen maar en besloten dat de huizen leuk en goedkoop waren, maar niet voor ons. Besluiten om ergens voorgoed t egaan wonen is niet makkelijk, en wellicht zullen we nog steeds rondreizen als we oud en versleten zijn, overal eten en drinken uitproberend. Zo kunnen we blijven praten hoe goed de vorige plek was en hoe goed de volgende zal zijn.
Onze laatste stop was Gent. Dat kan ik natuurlijk niet op de Frankrijk pagina bespreken, de Fransen mochten eens aspiraties krijgen.